
Samenvatting informatiebijeenkomst ’Ontwikkeling VDL Nedcar-terrein’
Gemeenschapshuis Buchten, 29 juni 2026
Op 29 juni 2026 vond in het gemeenschapshuis in Buchten een informatiebijeenkomst plaats over de verdere ontwikkeling van de VDL-locatie in Born. Circa 110 omwonenden, vertegenwoordigers van bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheden en andere geïnteresseerden namen deel aan de avond.
De bijeenkomst startte met een algemene presentatie over de toekomst van de locatie. Daarbij werd toegelicht hoe VDL stapsgewijs werkt aan de transformatie van de voormalige autofabriek naar een toekomstbestendige industriële en innovatielocatie. De ontwikkeling richt zich op meerdere zelfstandige clusters, waaronder mobiliteit, energie, autonomie & robotica en defensie gerelateerde productie. Deze aanpak sluit aan bij de behoefte aan versterking van de industriële basis in Nederland en Europa en draagt bij aan nieuwe economische activiteiten, kennisontwikkeling en werkgelegenheid in de regio.
Vergunningsaanvraag markeert volgende stap in de ontwikkeling
Een belangrijk onderdeel van de bijeenkomst was de toelichting op de eerste vergunningaanvraag in de stapsgewijze ontwikkeling van de locatie.
VDL lichtte toe dat ieder ontwikkelcluster afzonderlijk wordt uitgewerkt en beoordeeld. Per cluster wordt gekeken naar de effecten op onder meer milieu, veiligheid, verkeer, natuur en leefomgeving. Pas na beoordeling door de bevoegde overheid kan verdere realisatie plaatsvinden.
Tijdens de bijeenkomst werd aangekondigd dat VDL voornemens was een vergunningaanvraag in te dienen voor het defensie-industriecluster. Deze aanvraag is op 7 juli 2026 ingediend bij de provincie Limburg.
De aanvraag ziet op vijf (deel)activiteiten die passen bij het bestaande industriële karakter van de locatie. Het betreft de productie, prototyping en ontwikkeling van nieuwe producten (innovatie) op het gebied van: (i) kernmaterieel krijgsmacht (voertuigen); (ii) drones lucht, zee en land; (iii) raketten (producten of (sub)componenten zonder ontstekingsmechanisme en -materiaal (geen explosief materiaal)); (iv) soldaat gerelateerde attributen; en (v) campus/opleiding.
De aanvraag wordt behandeld via een zogenoemde BOPA-procedure (Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit). De provincie Limburg is bevoegd gezag over het terrein en beoordeelt de aanvraag binnen de geldende wettelijke kaders. Daarbij wordt onder meer gekeken naar veiligheid, milieu en mogelijke effecten op de omgeving.
Tijdens de presentatie werd tevens toegelicht dat VDL het afgelopen jaar onder een door de provincie Limburg verleende gedoogverklaring activiteiten heeft uitgevoerd die verband houden met de assemblagewerkzaamheden van een aantal typen drones. Om de periode tussen de indiening van de vergunningaanvraag en de besluitvorming over het defensie-industriecluster te overbruggen, is een nieuw gedoogverzoek ingediend. Gedeputeerde Staten van Limburg hebben ingestemd met dit verzoek. Hiermee kunnen deze activiteiten gedurende de behandeling van de vergunningaanvraag worden voortgezet.
De vergunningaanvragen voor de overige clusters volgen op een later moment en worden afzonderlijk voorbereid en beoordeeld.
Na de algemene presentatie kregen bezoekers de gelegenheid om verder in gesprek te gaan over de ontwikkeling van de locatie. Hiervoor waren drie thematafels ingericht, elk met een eigen onderwerp en begeleid door inhoudelijke experts van VDL Nedcar en de adviesbureaus Sweco en Antea Group. Bezoekers konden vrij aansluiten bij de verschillende tafels, vragen stellen, aandachtspunten meegeven en in gesprek gaan over onderwerpen die voor hen van belang zijn.
De gesprekken richtten zich op: de ontwikkeling van de locatie, de mogelijke effecten op leefomgeving, milieu en veiligheid en de ruimtelijke inpassing van de plannen in de omgeving.
Ontwikkeling van de locatie
Aan de thematafel Ontwikkeling van de locatie, begeleid door medewerkers van VDL, gingen bezoekers in gesprek over de toekomst van de locatie, de verschillende ontwikkelclusters, werkgelegenheid en de planning van de transformatie.
Veel vragen hadden betrekking op het defensie-industriecluster en de rol van VDL daarin. Daarbij werd toegelicht dat het ministerie van Defensie de behoefte stelt en dat VDL die, indien het verzoek past bij de competenties van het industriële familiebedrijf, invult. VDL richt zich daarbij op industriële assemblage- en productieactiviteiten. De assemblage en productie wordt dus uitgevoerd door VDL en betrokken industriële partners, terwijl over de inrichting en ontwikkeling van activiteiten in het defensie-Industriecluster wordt afgestemd met het ministerie van Defensie. Ook werd ingegaan op vragen over veiligheid en beveiliging. VDL gaf aan hierbij samen te werken met het ministerie van Defensie en gespecialiseerde instanties en veiligheidsaspecten zorgvuldig mee te nemen in de verdere ontwikkeling van de activiteiten.
Daarnaast werd gesproken over de strategie achter de ontwikkeling van de locatie. VDL lichtte toe dat bewust wordt ingezet op meerdere zelfstandige clusters, duurzame mobiliteitscluster, batterijen- en nieuwe energiesystemencluster, autonomie & robotica cluster en het defensie-industriecluster, zodat de toekomstige ontwikkeling niet afhankelijk is van één markt of activiteit. Daarbij werd benadrukt dat kennis, technologie en productiecapaciteit vaak zowel civiel als defensiegerelateerd kunnen worden ingezet.
Werkgelegenheid vormde eveneens een belangrijk gespreksonderwerp. VDL gaf aan op termijn te streven naar circa 1.500 tot 2.000 arbeidsplaatsen, uiteraard afhankelijk van orders van klanten die moeten worden gegund. Daarbij bestaat nadrukkelijk de wens om zoveel mogelijk medewerkers uit Limburg en de directe omgeving aan de locatie te verbinden.
Ook werden vragen gesteld over de invulling van verschillende delen van het terrein, de energievoorziening en de toekomstige ontwikkelmogelijkheden van de locatie. VDL lichtte toe dat bestaande gebouwen, infrastructuur en voorzieningen zoveel mogelijk worden benut en dat verdere ontwikkelingen stapsgewijs plaatsvinden. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijkheden om de energievoorziening verder te verduurzamen, onder meer door voort te bouwen op de reeds aanwezige zonne-energievoorzieningen op de locatie.
VDL benadrukte dat met het mobiliteitscluster de locatie ook in de toekomst actief blijft in de automotive, waarbij wordt voortgebouwd op kennis en ervaring op het gebied van automotive productie, assemblage en industrialisatie. Daarbij werd onder meer gewezen op de activiteiten van VDL Special Vehicles, gevestigd op het terrein in Born, zoals het ombouwen en aanpassen van voertuigen voor specifieke toepassingen, de inrichting van hulp- en dienstvoertuigen, voertuigintegratie en andere gespecialiseerde automotive activiteiten. Ook blijven assemblageactiviteiten, logistieke diensten en vormen van contract manufacturing onderdeel van de mogelijkheden voor de locatie. Daarbij gaat het onder meer om het opbouwen en assembleren van voertuigen uit deels of volledig aangeleverde onderdelen.
Leefomgeving, milieu en veiligheid
Aan de thematafel Leefomgeving, milieu en veiligheid, begeleid door een expert van adviesbureau Sweco, werden vragen besproken over de mogelijke effecten van toekomstige activiteiten op de omgeving. Onderwerpen als geluid, geur, verkeer, natuur en veiligheid stonden daarbij centraal. Ook werd toegelicht hoe deze aspecten worden onderzocht en meegewogen in de vergunningprocedures en besluitvorming.
Aanwezigen stelden onder meer vragen over mogelijke geluidseffecten van toekomstige activiteiten, het gebruik van bepaalde productieprocessen en stoffen en de wijze waarop eventuele effecten op de leefomgeving worden beoordeeld. Daarnaast werd gesproken over de beveiliging van de locatie, de aard van defensie gerelateerde activiteiten en de vraag of in de toekomst drone-activiteiten op het terrein zullen plaatsvinden.
Ook was er aandacht voor natuurwaarden op en rond de locatie, waaronder het Sterrebos en de manier waarop natuurbelangen worden meegenomen in de ontwikkeling. Toegelicht werd dat effecten op milieu, natuur, veiligheid en leefomgeving onderdeel vormen van de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de vergunningverlening en besluitvorming.
Ruimtelijke inpassing, verkeer en natuur
Aan de thematafel Ruimtelijke inpassing, verkeer en natuur, begeleid door een expert van Antea Group, stonden de inpassing van de ontwikkeling in de omgeving en de mogelijke effecten op verkeer, landschap en natuur centraal. Daarbij werd toegelicht hoe deze onderwerpen worden meegenomen in de ruimtelijke procedures en verdere planuitwerking.
Veel vragen gingen over de verkeersafwikkeling in de omgeving. Omwonenden uitten zorgen over mogelijke verkeersdruk en sluipverkeer op omliggende wegen. Ook werd gesproken over de samenhang met andere ruimtelijke ontwikkelingen in de regio en over eerdere infrastructurele plannen, zoals de mogelijke verlegging van de N276 en een spooraansluiting op het terrein.
Daarnaast werden vragen gesteld over de rol van de verschillende overheden binnen de besluitvorming en de procedurele stappen die worden doorlopen. Hierbij werd toegelicht dat de provincie Limburg voor de huidige vergunningaanvraag als bevoegd gezag voor het terrein optreedt, en dat de provincie zorgdraagt voor afstemming met het Rijk en gemeenten.
Natuur en landschap vormden eveneens een belangrijk gespreksonderwerp. Bezoekers informeerden naar de voortgang van natuurcompensatie, de ontwikkeling van groen in en rond het gebied en mogelijkheden om de landschappelijke kwaliteit verder te versterken. Ook werden suggesties gedaan voor aanvullende vergroening en groene verbindingen in de omgeving. Toegelicht werd dat natuur, landschap en ruimtelijke inpassing onderdeel zijn van het Provinciaal Inpassingsplan dat in 2020 door provincie is vastgesteld. De suggesties voor aanvullende vergroening worden meegenomen in het overleg met provincie.